❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀

 

Op deze pagina staan verhalen die voortkomen uit een voormalige relatie met een narcist. De gevolgen van een dergelijke relatie zijn hoofdzakelijk psychisch. Ik wil een ieder laten zien wat de, vaak verstrekkende, gevolgen van een dergelijke relatie kunnen zijn. Slachtoffers van narcisten kunnen sterk lijken, sterk zijn, anderen helpen, maar we zijn allemaal nog steeds op zoek naar een beetje begrip.

We zijn niet zielig ... dat is de narcist.

 

❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀❀

 

Laffe narcist

Jouw mooie praatjes leiden mij niet meer om de tuin. Jouw leugens zijn te overdreven om ze nog te kunnen geloven.

Je kunt mijn ego kwetsen, me voor schut zetten of me zwart maken bij iedereen die het maar horen wil. Het deert me niet meer.

Na elke vernedering zal ik sterker terug komen. Ik ben wie ik ben en doe wat ik doe omdat ik vind dat het goed is. Mijn woorden zullen ooit scherper zijn dan de jouwe. Mijn wraak zal je beangstigen; negeren is namelijk de zwaarste straf die je iemand kunt geven.

Nooit zul je mij tot zwijgen brengen. Ik zal telkens opkrabbelen en mijn mening blijven verkondigen, trots zijn op mijzelf en vechten voor mijn kind.

Ik zal groeien en bloeien. Ver boven jou uit.

Ooit zal je beseffen dat je de strijd verloren hebt.

______________________________________________________________________________________________________________________

Doodsangst

 

De wekker liet me weten dat het 04.23 was. De zoveelste nacht dat de slaap niet mocht komen. Hoe meer tijd er verstreek, hoe meer moeite ik kreeg wakker te blijven. Mijn lichaam deed pijn; iedere spier voelde gespannen aan. Er hing een waas voor mijn ogen, wrijven bleek niet te helpen.
Een harde knal in mijn hoofd zorgde er regelmatig voor dat ik mij bewust werd dat ik bijna in slaap was gevallen. Foute boel. Dat mocht absoluut niet gebeuren. Ik vocht nacht na nacht, week in week uit, maandenlang. Ik mocht niet in slaap vallen. De angst dat ik nooit meer wakker zou worden, overheerste mijn vermoeidheid. Tegen 05:00 uur verloor ik telkens de strijd.

Elke ochtend toonde de spiegel een beeld dat niet gezien wilde worden. Donkere kringen, bleke huid, slappe haren en nietszeggende ogen.

Het enige wat glom waren mijn tranen van doodsangst.

______________________________________________________________________________________________________________________

Het mooiste cadeau

 

Je bracht me bloemen, twaalf rode en twaalf witte rozen.

‘Een bos met alleen rode rozen komt niet serieus over.  Die les kreeg ik zojuist van de bloemenman,’ wist je me wijs te maken.

Ik voelde me overdonderd. Nog nooit had ik van een man bloemen gekregen, laat staan mijn lievelingsbloemen.

‘Vind je ze niet mooi?’

‘Witte rozen zijn mijn lievelingsbloemen.’ Waarschijnlijk in de hoop meer van dat soort te mogen krijgen, maakte ik jou tot een van de weinige deelgenoten in dit geheim.

Een week later kwam je weer. Je bracht gele tulpen mee en sigaretten. Je kon niet weten dat ik die bloemen veracht. Ik verwachtte witte rozen. Op de sigaretten zat ik al helemaal niet te wachten. De volgende dag was het de zevende keer dat ik begon met roken.

 

Een jaar later vertelde je me hoe ik me moest gedragen, het huishouden moest doen en met mensen om moest gaan.

 

Vier jaar later pakte je je koffer en verdween voor altijd. Je gaf me het mooiste cadeau.

_______________________________________________________________________________________________________________________

Leegte

 

Leegte is wat mij vult.
Ik ben van je verlost. Eindelijk rust, angsten verdrongen. Het onbekende ontwikkelt wantrouwen. Niemand kijkt naar me om, niemand die van me houdt. Mijn hart is gespleten, mijn ziel verscheurd. Verdroogde tranen vinden geen weg. Niets om naar uit te kijken, nergens om naar toe te gaan.
Jouw kleine hand pakt de mijne en trekt me mee naar een schommel.
Puur geluk vult de leegte.

_______________________________________________________________________________________________________________________

 3 Oktober

 

Het was maandag 3 Oktober.

Mijn beste vriend en ik stonden van de ene op de andere dag op straat. Ik was eenendertig, hij drie. We hadden niet veel bij ons. Ik mijn persoonlijke papieren, hij een pop met leerfunctie. Wat we droegen was de enige kleding die we bezaten, een jas zat daar niet bij.

Hand in hand liepen we weg van de periode die de gruwelijkste uit ons leven zou blijken te zijn. Samen op weg naar een onzekere toekomst, voelden we ons immens eenzaam en toch voorzichtig gelukkig.

______________________________________________________________________________________________________________________

Tot nooit


Jouw donkere ogen wisten mij snel te betoveren. Ik verstond je niet maar begreep je wel. Jij had geen woorden nodig om mij jeugdige gevoelens te bezorgen. Jouw lippen in mijn hals brachten mij naar een tijd van verlangen. Met sterke handen streelde je mijn blanke huid. Tintelingen trokken door mijn lichaam.
‘Ik heb je lief, mijn lief. Met heel mijn hart hou ik van jou.’
Onverwacht kwam zij voorbij. Je kon haar niet weerstaan.
Met lede ogen keek je mij na toen ik de straat uitreed. Het was mooi, een hele zomer lang.
Tot nooit, mijn lief.

_______________________________________________________________________________________________________________________

Overspoeld

 

De zon gooit zijn stralen over het strand. De golven geven het zand en grind een nieuw uiterlijk. Mijn voetstappen blijven achter als een stempel. Heel even maar. Zodra mijn markeringen worden opgeslokt, volgen mijn tranen de stroming van de zee. Tegelijkertijd met de braakneigingen slaat mijn hart een slag over. En nog een. Ik word duizelig en laat me op het zand zakken. Relativeren lukt niet meer, de angst heeft gewonnen.
Wanneer durf ik weer gelukkig te zijn?

_______________________________________________________________________________________________________________________

Eenzaam

 

Je bent niet alleen, wel altijd eenzaam. Bang dat jou iets overkomt of dat je ziek wordt. Het vertrouwen in anderen is totaal verloren, net als het vertrouwen in de toekomst.

Ondanks dat wil je verder, maar je weet niet hoe. Een enkeling heeft een luisterend oor; het echte begrip blijft ver te zoeken. Het geeft geen voldoening, alleen maar meer verdriet.

Kerstmis komt eraan en Oud & Nieuw. De onrust in jouw lichaam laat je nachtenlang woelen, het verlamt je.

Ooit brandden er lichtjes in de boom, in het huis en zelfs in jouw ogen. Sinds je bij hem weg bent, denk je alleen nog maar aan vroeger. Je houdt je met alle macht vast aan de ellende van weleer, zonder dat je dat wilt.

Het wordt tijd om vooruit te kijken. Nieuwe mensen leren kennen, nieuwe dingen ontdekken. Misschien durf je wel.

_______________________________________________________________________________________________________________________

Eindelijk vrij

 

Het was koud, de verwarming was kapot.
In een kamer van zes vierkante meter stond een ladekastje en lagen twee matrassen op de grond.
Mijn zoon en beste maatje sliep, toegestopt onder slechts een laken.
Ik zat op mijn matras en keek over het plein.
Een oudere man met een wandelstok liep voorovergebogen en vond zijn weg naar een bankje. Hij stak zijn stok in de lucht als teken van goedkeuring naar een jong stel dat tegenover hem zat te flikflooien.
Mijn benen verkrampten, mijn schouders schokten. Ik vleide me neer op het matras, legde een badlaken als deken over me heen en huilde van geluk.
We waren arm, maar vrij.

______________________________________________________________________________________________________________________

Moe

 

Het verdriet dat in jouw ogen te lezen staat, verscheurt mijn ziel. Ik wil je begrijpen; je laat me niet toe. Twijfelend aan mezelf pieker ik over mijn gemaakte fouten. Je beantwoordt mijn vragende blik zonder enige blijk van emotie. De leegheid die me tegemoetkomt is angstaanjagend. Wat gaat er in je om? De donkere kringen rond je ogen zijn het bewijs van nachtenlange piekersessies. Als ik je vraag hoe je zo moe komt, is jouw antwoord kort en duidelijk:
‘Van het leven.’
_______________________________________________________________________________________________________________________

Verlatingsangst

 

Mijn verlatingsangst nam buitensporige proporties aan. Ik stapte de auto niet uit zonder te vragen of hij echt op me zou wachten. Mijn tas nam ik altijd mee, al ging ik maar een prop in een vuilniscontainer gooien.

 

Het was een vrijdagmiddag. Met een winkelwagen vol boodschappen kwam ik de supermarkt uit. De auto was weg! Ik voel nog de paniek in mijn lichaam … hij liet me achter, wilde niets meer met me te maken hebben. Ik wist het!

Daar stond ik. Achtergelaten als een overbodig huisdier. Alleen. Niemand kon me helpen en ik kon nergens naar toe. Tranen stroomden over mijn gezicht. Met geen mogelijkheid kon ik enige emotie in bedwang houden.

Door mijn slechte oriëntatie vermogen was ik de verkeerde kant opgelopen. Hij stond gewoon op me te wachten, zoals beloofd.

_______________________________________________________________________________________________________________________