Interview auteur en redactrice Anya van der Gracht, door Patricia Fransen - IJpelaar.
 
1. Kun jij je in het kort introduceren. Wie ben je en waar kom je vandaan en wat je verder nog wilt delen?
 
- Ik ben een rasechte flapuit met een (blijkbaar) ietwat afwijkend gevoel voor humor, geboren en getogen in het centrum van de stad Utrecht (Nederland). Ik ben op mijn 19e uit huis gegaan en heb mijn eerste woning gekocht. De keren dat ik verhuisd ben zijn niet meer op twee handen te tellen, op vier ook niet. Daardoor heb ik wel geleerd dat er een groot cultuurverschil is onder de Nederlanders zelf. Ook liep ik regelmatig tegen een taalbarrière op. In Limburg konden ze me van alles wijsmaken, ik verstond er in het begin geen letter van. Hetzelfde overkwam mij in Groningen. Ik heb het altijd als positief ervaren ondanks dat de reden van verhuizing verschrikkelijk was. Een nieuwe omgeving, nieuwe mensen, nieuwe gewoontes, niet iedereen krijgt die kans om dat mee te maken in het leven.
 
2. Waar kunnen de lezers jou van kennen, wat heb je zoal geschreven en gepubliceerd?
 
- Een tijd lang heb ik mij beziggehouden met korte verhalen over de gevolgen van psychische en lichamelijke mishandeling. De verhalen zijn bekend onder ‘De erfenis van een narcist’.
- 'Daarnaast heb ik een aantal boeken geschreven met als hoofdthema narcisme/psychopathie. De verhalen gaan voornamelijk over een relatie met een narcist/psychopaat en de gevolgen van een dergelijke relatie. Het wordt nog te veel onderschat wat er met een mens gebeurt in een dergelijke relatie. Opmerkingen als ‘Ik snap niet dat je niet gewoon weggegaan bent’ of ‘Daar trap ik dus nooit in, ik laat mij echt niet zo behandelen. Jij bent wel erg naïef’, richten vaak net zo veel schade aan als de relatie zelf. Iedereen kan een potentiele prooi zijn voor een narcist.
Ik vind het tijd worden dat er eens wat ogen geopend worden.'
- 'Naast dat zware onderwerp kwam ineens Paddie de Paddenstoel uit mijn pen en potlood tevoorschijn, een eenvoudig (voor)leesboekje waarbij de tekeningen ingekleurd kunnen worden.'
 
3. Je schrijft vaak over narcisme of narcisten. Kun je uitleggen wat dat is en betekend?
 
- Narcisme is een persoonlijkheidsstoornis. Het komt in vele vormen voor. Om het niet al te wetenschappelijk te stellen komt het erop neer dat de narcist een mooiprater is. Hij (kan ook een zij zijn) weet met zijn manier van praten de mensen om de tuin te leiden. Zijn charmante en vaak charismatische uitstraling werken daarbij is zijn voordeel. De narcist vindt zichzelf altijd belangrijk en staat volgens hem boven alle anderen. Hooghartig gedrag dus. Complimenten en cadeautjes geeft hij graag, in het begin. Zodra hij je vertrouwen heeft gewonnen, zal hij je gebruiken om zijn doelen te bereiken. De narcist gaat enkel een relatie aan uit zelfbelang, of dit nu een vriendschappelijke relatie is, een huwelijk of een zakelijke relatie. Empathisch vermogen is nauwelijks of niet aanwezig..
 
4. Hoe ben je op het idee gekomen om een behoorlijk heftig onderwerp te kiezen om over te schrijven, Schrijf je vanuit ervaring?
 
- Ik ben 12,5 jaar getrouwd geweest met een narcist. Na mijn huwelijk heeft hij mij nog, voor zo ver ik weet, minimaal 15 tot 20 jaar gestalkt. De psychische schade was onder andere chronische PTSS, de lichamelijke schade is wellicht nog erger.
In de loop der jaren heb ik ontdekt dat er erg veel van dit soort types rondlopen. Om ze te kunnen stoppen, zullen anderen ze moeten willen zien.
 
5. Hoe heb je ontdekt dat schrijven een passie voor je is en wist je dat al jong, hoe ontwikkelde zich dat?
 
- Op de middelbare school schreef ik al graag. Ik kreeg daar ook altijd behoorlijk hoge cijfers voor. Helaas ben ik in mijn jeugd nooit gestimuleerd te doen waar mijn mogelijkheden lagen en is het schrijven uit mijn leven verdwenen tot 2017. In dat jaar gebeurde er iets wat mij heeft aangezet om mijn hele levensverhaal op papier te zetten als een waarschuwing en tevens als een steun voor anderen. Op het moment dat ik een afronding van mijn eerste boek wilde schrijven, gebeurde er iets ingrijpends. Door dat laatste is het boek 3 Oktober ontstaan.
Na het lezen van mijn eerste boek, vroegen lezers wat er met Harry was gebeurd. Ik besloot daarom het vervolg te schrijven, Toen was je weg.
 
6. Zijn er nog vurige schrijverschap wensen die je graag in vervulling ziet gaan in de toekomst?
 
- Ja. Daar durf ik bijna niet van te dromen. Ik zou zo graag willen dat mijn boeken wat meer onder de mensen kwamen, wat meer aandacht kregen en dat ik op die manier de ogen kan openen voor dit alsmaar groeiende probleem. Ook de ogen van politie, justitie en de geestelijke hulpverlening. Ik lees vaak op Facebook dat mensen schrikken van de toename van huiselijk geweld tijdens de corona-crisis. Toch wordt er nog steeds te weinig aandacht aan gegeven, men weet ook vaak niet hoe te handelen.
 
7. Je schreef ook een boek 3 oktober vanuit een hele andere invalshoek. Wat voor research is er vooraf gegaan aan het schrijven van dat boek?
 
- Het boek 3 Oktober – “Ik zal je krijgen”, is waargebeurd. Het vertelt het verhaal van de man waar ik 12,5 jaar mee getrouwd ben geweest, Sjaak Groeneveld.
Om te kunnen overleven in die relatie, had ik geen andere keuze dan me in zijn gedachtegangen te verdiepen. Ik ben als het ware in zijn hoofd gekropen. Op die manier kon ik zijn uitspattingen zien aankomen en me daarop voorbereiden. Ik denk weleens dat me daardoor veel leed bespaard is gebleven. Het is uiteindelijk mijn redding geworden, ik vond een minuscule opening om uit die hel te ontkomen. Met die herinneringen en een brief van 17 A4tjes die hij geschreven heeft, kon ik het boek 3 Oktober schrijven. Het hele verhaal stond dan ook binnen twee maanden op papier.
 
8. Je werkt ook als redactrice. Doe je ook je eigen werk of laat je dat iemand anders doen en wat vind je leuk aan redacteren van verhalen?
 
- Het helpt wel bij het verbeteren van mijn eigen schrijfkunst. Het redactiewerk voor mijn schrijverij laat ik toch liever aan iemand anders over. Het is namelijk niet mogelijk je eigen werk van goede redactie te voorzien vanwege het simpele feit dat je je eigen fouten overleest. Dat is normaal, heeft iedereen.
 
9. Wat zijn nou de drie grootste fouten die je tegenkomt in manuscripten? Kunnen we ze voorkomen?
 
- Het meest voorkomende vind ik eigenlijk ook de meest komische. We hebben weleens gehoord dat je show, don’t tell moet gebruiken. Veel, voornamelijk beginnende, schrijvers gebruiken show AND tell. Ik krijg mooie omschrijvingen te lezen, waarbij mijn fantasie af en toe echt met me aan de haal gaat, dan lees ik de volgende regel waarin wordt uitgelegd wat er in de vorige zin is geschreven. Ik wil niet zeggen dat het nooit voor mag komen in een boek, het moet geen gewoonte zijn van de schrijver.
- Daarnaast worden er behoorlijk veel overbodige woorden gebruikt. Ik vind dat geweldig, want ik ben dol op schrappen.
- Als derde vind ik de slordigheid waarmee gewerkt wordt echt niet nodig. Te veel of geen spaties, punten vergeten of twee punten achter elkaar zetten, aanhalingstekens vergeten aan het begin of aan het einde van een dialoog. Dat soort dingen zijn niet nodig en eenvoudig op te vangen met de spellingscontrole van Word.
 
10. Wat zijn redenen dat jij compleet afknapt op een boek?
 
- De standaardregel dat je eerst al je personages voorgeschoteld krijgt en de omgeving waarin het verhaal afspeelt. Intussen ben je een paar bladzijden verder en dan begint eindelijk het verhaal. Dan ben ik er al klaar mee.
 
11. Waar werk je momenteel aan? Waar kunnen wij in de toekomst van Anya naar uitkijken?
 
- Momenteel werk ik aan een boek voor iemand anders. Het is een lastig verhaal, hartverscheurend en daardoor ben ik er al wat langer mee bezig dan mijn planning was. Mede omdat ik de persoon in werkelijkheid goed ken. De basis ligt inmiddels bij de uitgever, ik wil het echter nog wat verder uitwerken.
- In de loop van dit jaar komt het laatste deel (Vlucht naar Geluk) van mijn vierdelige (auto)biografische reeks uit bij Ambilicious, het manuscript heb ik eind 2020 ingestuurd.
- Met een beetje geluk komt er nog een nieuwe Paddie de Paddenstoel uit. Hiervoor wacht ik op de tekeningen die mijn kleindochter maakt.
- Mijn voornemen was om na Vlucht naar Geluk te stoppen met schrijven. Een paar weken geleden kreeg ik een ingeving aan de keukentafel. Mijn partner kreeg bijna een verzakking bij het horen van het verhaal, hahahaha. Jammer dat ik geen foto van zijn gezicht heb gemaakt op dat moment. Hoogstwaarschijnlijk komt er toch nog een vervolg, meer wil ik er nog niet over verklappen.
 
12. Wat lees je zelf het liefste en wat vind je een boek dat echt een leestip verdiend? Je laatst gelezen goede boek en wat lees je nu?
 
- Voor mijn plezier lees ik nauwelijks. De manuscripten die ik lees/las en waaraan ik als redacteur mocht werken, zijn vaak goed in elkaar gezet. Een van die boeken heeft diepe indruk op mij gemaakt, ‘Een statig heer houdt rijtuig’ van Michel Meissen. De geschiedenis van Nederland op een zeer aangename en verrassende manier verteld.
- Wat mij opvalt, is dat er bij de Nederlandse en Vlaamse auteurs verrassend veel talent zit. Met een van die talenten mag ik samenwerken en ik houd haar dan ook scherp in de gaten bij alles wat ze doet op schrijversgebied. Ik noem geen namen, ik weet wel dat ze een groot schrijver kan worden.
- Het laatste boek dat ik voor mijn plezier gelezen heb is een boek van Konsalik. Het boek/de boeken die me het meest bijgebleven zijn, is/zijn de Aardkinderen van Jean M. Auel.
Tegenwoordig ben ik aardig onder de indruk van een aantal YA verhalen, een goede thriller is ook nooit weg.
Waar ik absoluut niet van houd zijn de verhalen waarin je een mannelijke en een vrouwelijke rechercheur vindt die samen de grootste criminelen ontmaskeren. Dat is mij te standaard.
 
13. Welke plek op de wereld heb je echt wat mee en waar komt dat vandaan, Je bent kort geleden geëmigreerd waar woon je nu?
 
- Ik heb geen specifieke plek op de wereld waar ik iets mee heb. Als er brood gebakken wordt, vind ik het al gauw prima. Oh, ze moeten er natuurlijk ook chips verkopen.
Ik ben een aantal malen geëmigreerd: van Nederland naar Oost-Duitsland naar Spanje naar België. Alle landen zijn ontzettend verschillend van elkaar, cultuur, eetgewoontes, bureaucratie en noem maar op. Allemaal even leuk en interessant.
Sinds een jaar ben ik woonachtig in België. Voor hoelang? Dat is bij mij nooit te voorspellen. Ik heb trouwens een partner van wie je, wat dat betreft, ook niet op aan kunt. Als we het in onze bol krijgen, vertrekken we weer. Vroeger had ik de bijnaam ‘zigeunerin’, waar dat nou vandaan kwam …
 
14. Wat zijn hobby's van je naast schrijven en heb je ook nog andere werkzaamheden?
 
Mijn overige werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het onderhouden van man, hond en huishouden. Hobby’s heb ik eigenlijk te veel, ik kom daardoor niet aan alles toe. Mijn grootste hobby is tekenen, het liefst Zentangle. De tekeningen in het boekje Paddie de Paddenstoel heb ik dan ook zelf gemaakt. Naast tekenen haak ik graag (meestal sokken of dromenvangers) en doe ik af en toe een spelletje op de telefoon of laptop. Mijn overige hobby’s: vakantie, cijferpuzzels en Sudoku, Kumihimo en het in elkaar frutselen van kleine kadoverpakkingen met, jawel, lege wc-rolletjes.
 
15. Wat is je favoriete serie en film of tv-programma/Netflix?
 
- Ik ben niet echt een televisiekijker.
Ik kijk af en toe wel graag naar een serie als NCIS of een goede actiefilm. Netflix heb ik niet, ook geen behoefte aan.
 
16. Als jij andere beginnende schrijvers twee tips aan de hand mag doen, wat zou dat dan zijn?
 
- De belangrijkste tip is dat ze een redacteur in de hand moeten nemen. Uiteindelijk verdient een goede redacteur zichzelf terug. Momenteel komen er nogal wat boeken op de markt waarvan het verhaal zo veel beter had gekund en zo veel mooier geschreven had kunnen worden.
- Een tweede tip is dat ze in zichzelf moeten blijven geloven, zeker op momenten dat het even niet gemakkelijk gaat. Het komt wel weer goed.
 
17. Als mensen jou graag willen volgen op social media, waar kunnen we jou dan vinden?
 
18. Kun je een stukje delen van iets wat je geschreven hebt? Een smaakmaker die prikkelt?
 
- Een stukje uit 3 Oktober – “Ik zal je krijgen”.
De allereerste keer dat ik haar zag liep ik met Jan, mijn buurjongen en vriend, te praten op de Gouverneurlaan in Den Haag.
Zij liep samen met Bert, mijn andere vriend, vlak langs mij heen. Haar lange rode krullen vielen me het eerst op; ze dansten bevallig over haar schouders. Een zoete mengeling van kokos en honing drong mijn neusgaten binnen. Met open mond staarde ik haar na, tot ze uit mijn gezichtsveld verdween. Haar figuur was perfect. Wat was ze mooi.
‘Hé, Jan, zij zit zeker wel vaak bij Bert thuis, hè?’
‘Hoezo?’
‘Nou, als jij verkering hebt zit je toch veel bij elkaar?’
‘Denk jij echt dat Bert verkering met haar heeft?’
‘Ja, wat denk jij dan? Dat zie je toch zo?’
Jan bulderde het uit. ‘Nee, man. Ze is zijn type helemaal niet. Bert houdt van donkere meisjes, niet van rooie.’
‘Van zwartjes?’
‘Nee, man, van meisjes met donker haar.’
Een diepe zucht ontsnapte aan mijn lichaam. Het antwoord van Jan kwam als een verlossing van een kwade geest. Ik maakte een kans. Ze had geen verkering met die jongen met het welgevormde lichaam en die ook nog eens de perfecte lengte had. Ik was jaloers op zijn uiterlijk. Zij was gelukkig vrij.
‘Weet je dat zeker? Ik zie ze zo vaak samen.’
‘Luister, man. Ze is zijn danspartner. Ballroom.’
‘Oh?’
‘Ze trainen vier keer per week en gaan wedstrijden doen.’
‘Oh?’
‘Daar sta je van te kijken, hè?’
‘Hoe weet jij dat allemaal?’
‘Mijn zus zat daar ook.’
‘Oh.’
Jan toonde een brede glimlach. Hij verwachtte niet dat ik op een rooie zou vallen. Hij leek er zelfs enigszins verbaasd over.
‘Je vindt haar lekker, hè?’
‘Ze is prachtig.’
‘Ze is een echte rooie hoor, mocht het je nog niet opgevallen zijn.’
‘Kan me niet schelen. Ze is prachtig.’
‘Eerder viel je alleen op blondjes. Wat mankeert jou vandaag, man? Ben je gewoon geil of zo?’
‘Ze is prachtig.’
‘Ja, man. Dat heb je nou al tig keer gezegd. Nou weet ik het wel.’
‘Rook je haar?’
‘Hoezo? Stonk ze soms? Had ze een scheet gelaten?’
‘Bloemen. Nee, ook niet. Honing! Ze ruikt naar honing.’
‘Dan zal er wel lekker veel ongedierte op afkomen. En daar wil jij jouw kleine grote vriend in douwen?’
‘Lul niet, jongen.’
‘Je moet haar een keer flink lik op stuk geven.’
‘Waarom?’
‘Vinden de meiden wel lekker, hoor.’
‘Wat lul je nou, jongen. Dat slaat toch helemaal nergens op?’
‘Ik bedoel met je tong over haar gevoelige pretbolletje, man. Je weet wel … daar beneden.’
‘Lik op stuk geven is iets heel anders. Jij spoort niet.’
‘Als je een stuk likt …’
‘Rot op met je achterlijke geintjes, halve zool. We gaan.’
Jan giechelde als een meisje.
Hij lachte altijd als eerste om zijn eigen grappen.
De meeste
keren was het een dusdanige flauwe grap dat je mondhoeken weigerden in beweging te komen.
Ik gaf mijn vriend een stomp op zijn schouder. Ik wilde uitleggen wat ik bedoelde, maar bedacht me op het laatste moment. Verspilling van tijd en energie.
‘Ja, we gaan naar de Marathon,’ zei Jan terwijl hij zich omdraaide.
‘Misschien komt ze daar ook wel.’
Het was meer mijn hoop dan mijn verwachting. Ik had geen idee waar ik haar
zou moeten zoeken. Het enige wat ik kon doen was hopen. Bert vragen was geen optie. Hij was van het jaloerse soort. Hij zou haar waarschijnlijk voor zichzelf willen houden. Misschien had hij toch wel verkering met haar en lulde Jan weer eens een eind uit zijn nek. Dat deed hij wel vaker, dat was ook een hobby van hem.
‘Ik heb haar daar nog nooit gezien, man. Ik heb haar trouwens nog nooit ergens in het uitgaanswereldje gezien. Jij wel dan?’
‘Hoe oud zou ze zijn?’
‘Hoe moet ik dat nou weten, man?’
‘Omdat jij dat altijd beter kunt inschatten dan ik. Ik denk altijd dat die meiden achttien zijn en dan blijken ze veertien of vijftien te zijn. Soms zijn ze zelfs nog jonger. Kinderen met een laag plamuur op hun bek omdat ze er zo nodig bij willen horen.’
‘Man, dat zijn sloeries. Deze ziet er niet uit als een sloerie. Meer als een domme gans.’
Weer gaf ik Jan een flinke dreun tegen zijn schouder, hij brulde wederom van het lachen. Het mooiste mokkeltje dat ik ooit had gezien, noemde hij een domme gans. Ik zou hem in elkaar moeten rammen, de idioot.
Hij was een paar centimeter kleiner dan ik en veel te dik voor zijn lengte; rond als een tonnetje. Hij droeg een trainingsbroek met een witte streep aan de zijkant. Daaronder gympies.
Ik, daarentegen, was slank. Mijn gitzwarte haren waren geknipt naar het laatste model; tot op de schouders. Mijn goed gevormde mond kwam beter tot zijn recht door het ringbaardje dat ik droeg. Samen met mijn donkere ogen was ik nauwelijks te weerstaan voor menig vrouwelijk schoon.
Uiteraard kleedde ik mij fatsoenlijk in een spijkerbroek met een modern shirt of een hip overhemd. Mij zag je niet met gymschoenen. Die dingen behoorde je in de sportschool te dragen, niet op straat. Buitenshuis droeg ik enkellaarsjes; ze gaven me een sexy en stoere uitstraling. Dat imago wilde ik uitstralen, niet dat van een boerenlul.
Vlakbij de Marathon aangekomen bedacht ik mij ineens dat Jan meer verstand van auto’s had dan ik.
‘Ik wil een auto kopen.’
‘Heb je zoveel geld dan?’
‘Nog niet, dat komt nog wel.’
‘Heb je er al eentje op het oog, man?’
‘Ja. Een blauwe.’
‘Een blauwe? Je kijkt alleen naar de kleur of zo?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik wil een Ford.’ ‘Meer niet?’
Wat is er mis met een Ford?’
‘Man, begin eens met een Opel, dat bespaart een hoop geld.’
‘Rot op, ik ga niet in zo’n dweilbak rijden.’
Jan gaf het gelukkig al snel op. Hij wist goed dat ik niet van mijn standpunt af te krijgen was. Wat ik in mijn hoofd had, kreeg niemand er meer uit. Behalve ik. Het ene moment had ik een idee in mijn hoofd, het andere moment deugde dat niet meer en bedacht ik iets anders. Het kostte mij absoluut geen moeite mezelf bezig te houden. Misschien had Jan gelijk en was het in financieel opzicht beter een Opel te kopen. Ik besloot de voors en tegens op een rij te zetten.
In de Marathon was de auto al snel uit mijn gedachten.
Die avond zocht ik het meisje van mijn dromen, maar zag haar niet. Ze was er niet. Jan had gelijk dat ze daar waarschijnlijk nooit kwam. Teleurgesteld vroeg ik mij af of ik haar ooit nog terug zou zien.
19. Is er nog iets wat je graag wilt toevoegen aan dit interview?
- Heb je te maken met huiselijk geweld, schaam je niet en vraag hulp. Je kunt het echt niet alleen.
Heb je een vermoeden van huiselijk geweld, schakel hulp voor het slachtoffer in.
# kijknietweg
 
20. Tot slot, waar kunnen we jou boeken kopen of bestellen?
 
- Bij mij natuurlijk
In alle (online) boekwinkels en bij de uitgever.
Dankjewel Anya voor je tijd en openheid. We kennen je nu een beetje beter. Succes met al je lopende projecten.
___________________________________________________________________________________________________

 

RTL NIEUWS
Een mooi interview dat een kijkje geeft in mijn leven en wat ik daarover geschreven heb.

https://www.rtlnieuws.nl/lifestyle/artikel/5191665/anya-wil-nooit-meer-een-gewelddadige-man-sjaak-gewelddadige-relatie-nooit

________________________________________________________________________________________________

 

BoZ in Beeld heeft tijdens de boekenweek, van 7 maart t/m 15 maart 2020, een interview met mij afgenomen.

Je leest het hier:

https://www.bozinbeeld.nl/6150-schrijvers-in-beeld-anya-van-der-gracht

________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________________________