******************************************************************************

 

Op zestienjarige leeftijd had ik al het gevoel dat mijn leven anders ging verlopen dan dat van menigeen. Het was niet meer dan een onderbuikgevoel. Ik wilde graag bij mijn opa en oma wonen die achter het ijzeren gordijn leefden. Ik voelde me daar thuis en vond het spijtig dat vader en moeder vlak na de oorlog naar Nederland waren gegaan. Liever was ik daar geboren. De kalmte en de eenvoud die de mensen uitstraalden, brachten me tot rust. De nadelen van het communisme wilde ik niet zien. Wellicht was ik te jong om dat te kunnen zien. Opa en oma mopperden veel en vaak over wat er allemaal niet goed ging, waar ze een tekort aan hadden en wat hun verboden werd. Ik hoorde die verhalen aan als zijnde alledaagse problemen, zonder enig besef van de diepgang daarvan. Met anderen werd niet over dergelijke zaken gesproken. Ik ving weleens een gesprek tussen oma en moeder op. De beschamende woorden van oma werden door moeder weggewimpeld als ondankbaar. Ze hadden televisie, kleding en voedsel, wat wilden ze nog meer? Ook moeder wilde de werkelijkheid niet onder ogen zien, zoals zovelen die in vrijheid leefden.

De televisieprogramma’s waren beperkt tot die van de Oostduitse Staatsomroep. Buiten de grote steden werd veelvuldig stiekem naar de West Duitse zenders gekeken. Of dat nou zo verstandig was, betwijfel ik. Het contrast was dermate groot dat de frustraties niet uit konden blijven. Door de planeconomie was er niet veel keuze qua kleding en voedingsmiddelen. Kleding was trouwens ook niet altijd aanwezig op het moment dat de mensen het nodig hadden.

Opa en oma hadden in ieder geval wel voldoende voedsel. Ze hielden kippen en varkens. Oma had daarnaast een groentetuin met de mooiste augurken en in de kelder stookte ze brandewijn; sterk en illegaal. Aan de bomen groeide fruit, waarvan jam werd gemaakt. Opa werkte op de melkfabriek, aan melk was geen enkel gebrek. Mijn oom zag het niet meer zitten en vluchtte naar het Westen. De vluchtpoging lukte, maar na een aantal maanden had hij al spijt. Hij kon geen werk vinden en een auto was voor hem onbetaalbaar. Het enige voordeel was dat als hij het geld ervoor zou hebben, hij zomaar een auto kon kopen en niet meer acht jaar hoefde te wachten totdat het ding afgeleverd werd. Ik kan me herinneren dat hij ongeveer een jaar in de gevangenis heeft gezeten omdat hij terug ging naar de DDR waar het naar zijn mening beter en veiliger was.

Moeder vond het uiteraard niet goed dat ik daar wilde blijven wonen., Oma was volgens haar een slecht mens, een slechte moeder, onbetrouwbaar en achterbaks.

Ik begreep niet waarom moeder dan zo haar best deed om op haar eigen moeder te lijken. Mijn droom werd in ieder geval niet verwezenlijkt. Na ieder familiebezoek moest ik weer mee terug naar Nederland.

Het land waar ik de mensen verstond, maar niet begreep.

 

______________________________________________________________________________